Een basis om op te bouwen! Een verhaal over de boeken die ik las in mijn kindertijd!

Inleiding

Ik heb altijd van boeken gehouden, ook nu nog, ook al is tegenwoordig mijn belangstelling voor het geschreven woord ook verschoven naar de informatie die ik op internet kan vinden. Heerlijk vind ik dat, rond te struinen op allerlei sites en daar informatie te vinden die ik vaak wel wil weten en soms ook helemaal niet.
Wat ik ook heerlijk vind is om me omringd te weten van fysiek aanwezige boeken. Hier in huis hebben we in alle kamers die het huis bevat boeken staan. Gevulde boekenkasten vind ik een prachtige aankleding van een kamer. Ik zou het heel erg saai vinden als er zich geen enkel boek in mijn gezichtsveld bevond.
Thuis, bij mijn ouders, was dat hetzelfde. Er was één kamer in huis, op de eerste verdieping, die de naam spreekkamer had, dat stond ook op een bordje buiten op deur. Op een klein kamertje ernaast stond wachtkamer. Mijn vader was arts. Geen arts die thuis patiënten ontving. Hij was bacterioloog en werkte op het laboratorium in een ziekenhuis. Één maal per jaar kwamen er een stel jongens, aankomende zeeverkenners, die door mijn vader gekeurd werden. Ik zou niet weten waarom hij dat eigenlijk deed. Had het misschien te maken met het feit dat hij enige jaren bij de Marine heeft gezeten? Die jongens werden gekeurd op de spreekkamer, dus helemaal voor niks zat dat bordje niet op deur. Ik heb wel eens horen zoemen dat het hebben van een spreek- en een wachtkamer een belastingvoordeel opleverde.
Om terug te komen op die spreekkamer, het was een grote kamer. Drie wanden waren van onder tot boven voorzien van boekenkasten, die van het plafond tot aan de vloer reikten. Daar stonden héél véél boeken. Studieboeken van mijn vader, romans voor mijn ouders en óók vele sprookjesboeken en verhalenbundels. Ik kan wel zeggen, het was één van mijn lievelingskamers, met de zolder en de vliering als goede tweede.
Wij hadden na verloop van tijd allemaal, er waren vijf kinderen, een eigen kamer en op een zeker moment kreeg ook mijn kamer een boekenkast, die zich steeds meer vulde.
Alhoewel ik, nadat ik de middelbare school had voltooid, had gekozen voor de bibliotheekschool en daar na drie jaar opleiding als jeugdbibliothecaris vandaan kwam, was ik als kind nooit lid van de jeugdbibliotheek geweest. Ik heb dat niet gemist. Er was zoveel te lezen thuis!

Het eerste begin

En dat heb ik gedaan. Vanaf het moment dat ik de leeskunst machtig was en dat was natuurlijk pas in de eerste klas van de lagere school ben ik op onderzoek gegaan in die kamer op de eerste verdieping, de spreekkamer. Op mijn eerste rapport van de eerste klas, helaas heb ik daar geen bewijs van maar men moet het van mij aannemen, bleek dat ik een grote belangstelling voor de kunst van het lezen had, Ik kreeg daar namelijk een 10 voor.
Het zelfstandig lezen van een beetje ingewikkelde verhalen liet natuurlijk op zich wachten maar gelukkig las mijn moeder de eerste jaren, trouwens ook al op de kleuterschool mooie verhalen voor.
En vanaf het moment dat ik zelfstandig een tekst aan kon begon het leesplezier met grote sprongen toe te nemen. Natuurlijk las ik de Nederlandse Ot en Sien in die tijd.

1

Veel later kocht ik zelf nog een exemplaar van Ot en Sien dat zich afspeelde in Nederland-Indië.

2.jpg

De Gouden boekjes

Er werden thuis veel ‘gouden boekjes’ aangeschaft. Ik laat daar de voor mij meest favoriete titels van zien:

 

 

 

Boeken cadeaus

Toen mijn broertje Guus in 1955 geboren werd, ik was toen acht jaar en al die tijd de jongste geweest kregen wij allemaal een cadeautje. Een boek, want dat was eigenlijk altijd wel het ge-eigende cadeau bij verjaardagen en andere speciale gelegenheden.
Ik kan mij niet precies herinneren welk boek ik toen kreeg. Ik heb het vast met veel plezier gelezen. Mijn zus, toen negen jaar, voor wie lezen helemaal niet tot de favoriete bezigheden hoorde kreeg een boekje van Lea Smulders over Knoopje Kapoen. Zij sloeg er een blik op

7

En riep, o leuk…. Konijntje Knabbelgroen. Dat is altijd een gevleugelde uitdrukking gebleven in de familie!

Verhalenbundel

Al vrij snel kon ik de niet al te moeilijke verhalen uit enkele verhalenbundels die op de spreekkamer stonden aan. Een grote favoriet was een bundel verhalen van W.G. van der Hulst.

8

Al die verhalen heb ik vele malen gelezen en het boek heb ik nog hier thuis in de boekenkast staan.

Beren en nog eens beren

Ik was een berenkind. Op ieder verlanglijstje voor mijn verjaardag stond bovenaan een beer. Éénmaal hebben mijn ouders de vergissing gemaakt mij een pop te geven in plaats van een beer. Met die pop heb ik nooit gespeeld. Andere verjaardagen kreeg ik wèl de gewenste beer. Teddy 1, die was eigenlijk van mijn oudste broer, Teddy 2, die was van mij, Nepomuk, Orsini, Rosa, Winnie de Poeh natuurlijk en ook nog Bija. Die was eigenlijk van mijn jongste broertje, maar heeft ook een tijdje deel uitgemaakt van mijn berenfamilie. Een tante, die een vriendin van mijn ouders was en erg mooi kon schilderen, heeft eens een schilderij gemaakt  voor mij van Bija en Rosa. Het schilderij heb ik nog en hangt bij ons in de slaapkamer. Het zou goed kunnen dat dit schilderij ondertussen al meer dan 60 jaar oud is! Een heel bezit!

9

Mijn berenliefde strekte zich verder uit dan de speelgoedberen, ook échte beren hadden en hebben eigenlijk nog steeds mijn warme belangstelling. Mijn vader had een abonnement op de dierentuin Artis in Amsterdam. Wijn woonden in Haarlem en wij gingen regelmatig een bezoek aan Artis brengen. Ik wilde tijdens zo’n bezoek altijd zo snel mogelijk naar de beren, de bruine beren, de ijsberen, de Maleise beren, de kraagberen, de lippenberen en alle andere beren die in Artis te vinden waren. Daar kon ik uren naar kijken, naar al die verschillende dieren van één soort. Zelf heb ik de traditie voortgezet en ben óók lid van Artis. Helaas is de beren-collectie tegenwoordig veel minder uitgebreid. Dat geldt sowieso voor de hele dierencollectie van Artis. Prioriteit wordt nu gegeven aan de kwaliteit van het onderbrengen van de dieren en niet meer aan het enorme aantal en de diversiteit. Toch blijft het een genot om daar enkele keren per jaar rond te lopen!
En dan de berenboeken, ook daar had ik er héél wat van. De eerste was denk ik deze:

Een boek over een kleine Maleise beer, die door de fotograaf Charles Lagus in Indonesië gevonden was. Hij neemt de beer mee naar Engeland en daar wordt hij opgenomen in het huisgezin van de fotograaf. Het boek werd vertaald en bewerkt door Clare Lennart. Prachtig en aandoenlijk vond ik het!

Een tweede favoriet in de berenrij was het boek van Reiner Zimnik, De beer en de mensen. Een verhaal over een beer die metgezel is van een man. Ze treden samen op en hebben een goed leven samen. Als de man dood gaat, gaat de beer op zoek naar zijn wilde soortgenoten. Dit boek is vertaald door Margreet Bruijn.

12

Een ander favoriet berenboek voor mij was van E. Wustmann, Ingrid en de beer; belevenissen van een Zweeds meisje.

13

Een beer wordt grootgebracht door een meisje. Als hij niet meer in huis kan blijven wordt hij naar de dierentuin gebracht. Ingrid bevrijd hem daaruit en brengt hem naar de wildernis. Een tijdje later wordt hij door een jager gedood.
Dit boek is vertaald door Cor Bruijn.

En dan… natuurlijk Winnie de Poeh, de boeken die over deze beer gaan kunnen natuurlijk door geen enkel berenkind gemist worden.

 

 

 

Wat een heerlijkheid om al die verhalen een keer te lezen en nog vele, vele keren daarna.
Toen ik twaalf was ging ik naar kostschool in Vaals. Naar het lyceum. een soort brugklas. Dat heette anders destijds. En daarna naar het gymnasium. Éen jaar heb ik daar doorgebracht, veel plezier gehad, niet veel geleerd. Ik kreeg natuurlijk ook latijn. Rosa, rosae, rosae, rosam, rosa, dat was het eerste dat je leerde bij de Latijnse les.
Toen ik met Sinterklaas thuiskwam om daar het feest mee te vieren kreeg ik als sinterklaascadeau ‘Winnie ille Pu’. Winnie de Poeh in het Latijns vertaald.

16

Blij mee, natuurlijk. Gelezen heb ik het niet. Want het bleef bij dat ene jaar op het gymnasium en Latijnse les was na dat ene jaar dus verleden tijd.
Heel veel later heb ik nog een paar Winnie de Poeh gerelateerde boeken gekocht:

17

Een mooi boekje, waar bij alle letters van het alfabet kleine citaten zijn gezocht uit de twee Poeh boeken, dit stond er bijvoorbeeld bij de letter L:

18

en heel veel later kocht ik nog deze twee boeken:

 

Beer Poeh blijft je hele leven bij je en is een vraagbaak voor alle levensproblemen.

Annie M.G. Schmidt

De berenboeken zijn nu genoemd en er is nog een anker in de kinderboekensfeer die wat mij betreft niet ongenoemd mag blijven, ook al in de vijftiger jaren en nog vele, vele jaren daarna.
Dat is Annie M.G. Schmidt.
Ik blijf voor dit verhaal even steken in de begintijd. Veel van haar gedichtenbundeltjes hadden we thuis, hierbij de eerste twee:

 

Daarna zijn er nog vele bundeltjes bijgekomen.
De twee boeken over Wiplala, die kon tinkelen heb ik ook met heel veel plezier gelezen:

 

Jip en Janneke behoorden natuurlijk ook tot het Annie M.G. Schmidt arsenaal. Toen mijn acht jaar jongere broertje Guus een jaar of vier was heb ik die allemaal aan hem voorgelezen en die niet alleen. Ik hield erg van voorlezen en hij was een willig slachtoffer.

Nog eens verhalenbundels…. én de sprookjes.

Ik kom nog even terug op de verhalenbundels en sprookjes die in grote getale in de boekenkast in de spreekkamer stonden. Er was een uitgebreide serie sprookjes uit andere landen. En natuurlijk Grimm en Andersen. Er was één sprookje dat ik behoorlijk eng vond, maar juist daarom vele malen gelezen heb. Dat was het sprookje over Blauwbaard.
In mijn kindertijd heb ik een aantal verhalenbundels gekregen, die ik tot nu toe bij iedere verhuizing heb meegenomen. Daar bewaar ik zulke mooie herinneringen aan!
Het zijn er vier:

 

Het is veel, erg veel dat langs komt. Er waren dan ook zoveel ‘favoriete’ boeken.
Nog enkele hoofdstukjes komen aan de orde.

Leesboeken die zijn blijven hangen

Een paar boeken, die ik met ongemeen veel plezier heb gelezen en die niet in een rubriek passen:

29

Een boek van Diet Kramer over een teckel. Wij hadden thuis ook een teckel en dat maakte het boek heel erg aantrekkelijk voor mij, want ik was gek op onze eigen teckel. Na de eerste teckel, Erna geheten, kwam de tweede teckel, Dino geheten, in mijn leven.

30

Ook een boek van Diet Kramer. Een boek over een ‘eerlijke, stoere jongen’ die vanuit Australië naar Nederland gestuurd wordt om daar bij een oom een gedegen schoolopvoeding te krijgen.

30a

Een soortgelijk boek, ook over een stoere jongen die allerlei avonturen beleeft is van Leonard Roggeveen. Het geheim van het oude horloge. Het eerste deel over de avonturen van Bram Vingerling. Ook dat heb ik met heel veel plezier gelezen.

31

Naar aanleiding van dit boek won ik, toen ik op kostschool in Vaals zat, een konijn. Vlak voor de zomervakantie was er een Fancy-fair. Daar was een schattig klein wit konijntje te winnen. Degene die de leukste naam verzon was de gelukkige en omdat ik een paar jaar eerder dit boek thuis met veel plezier had gelezen gaf ik de naam Grimbeltje op. Dat vond men zo origineel, ik ga er vanuit dat niemand ooit van het boek Grimbeltje, het oude grijze duinkonijn had gehoord, dat ik met het konijntje naar huis mocht.  Na de zomervakantie ging ik weer terug naar kostschool en mijn broertje Guus zou het konijn verzorgen. Dat was een hele klus, want het schattige witte konijntje groeide uit tot een enorme Vlaamse reus, dus dat kleine broertje sjouwde zich iedere dag een bult met nieuw stro en eten. Toen ik tijdens de herfstvakantie thuis kwam zag ik dat enorme witte konijn voor het eerst, hielp een paar dagen met de verzorging en vertrok toen weer zorgeloos naar de kostschool.

Daan Zonderland schreef veel kinderboeken.

32

was daar één van en de serie over Jeroen, waarvan Jeroen en de zilveren sleutel het eerste deel was ging er bij mij in als koek.

In de vijftiger jaren was er iedere maandagmiddag na schooltijd op de radio een kinderhoorspel over ‘Saskia en Jeroen’. Het was geschreven door Jaap ter Haar. Hoofdpersonen waren de tweeling Saskia en Jeroen. Jaap ter Haar had zelf ook een tweeling met dezelfde namen, dus eigenlijk gingen de verhalen over zijn eigen situatie. De hoorspelverhalen werden allemaal uitgegeven in boekvorm en al de hoorspelverhalen heb ik gehoord en de boeken gelezen.

32a

Dit hoofdstukje over leesboeken sluit ik af met twee boeken die voor mij echt tot de hoogtepunten behoorde.
Nummer één is:

33

Een prachtig verhaal over twee honden en één poes die een enorme reis maken en op zoek zijn naar hun baas en als laatste :

34

De Katholieke boeken

Als laatste rubriek de religieuze boeken.
In 1954 werd ik samen met mijn ouders, twee oudste broers en zus in de Kathedrale Basiliek St. Bavo  tijdens de paasnacht katholiek. Ik was toen zeven jaar en zat in de eerste klas (ongelukkig jarig in december) van de R.K. Schoolvereniging in Haarlem. Wij zullen in die tijd thuis vast een kinderbijbel gehad hebben, ik kan mij echter met geen mogelijkheid herinneren welke dat geweest zou kunnen zijn. De belangstelling die ik voor al die mooie verhalenbundels had, had ik kennelijk niet voor de bijbel.
Al snel nadat ik gedoopt was mocht ik meedoen aan de eerste heilige communie. In mijn herinnering hoorde daar bij de voorbereiding een soort invulboek bij. In dat boek had een graankorrel een belangrijke rol. Ik heb destijds met toewijding dat boekje ingevuld. Helaas… ik heb nog rondgekeken op internet of ik iets over dat boekje kon vinden. Tevergeefs.
Ik heb in die jaren op de lagere school natuurlijk kennis gemaakt met de catechismus:

35

Taaie kost voor zover ik me herinner met vragen op allerlei gebieden. De antwoorden op al die vragen werden al gegeven, dus discussie daarover was niet aan de orde.

Toen ik twaalf was ging ik naar kostschool in Vaals. Daar kreeg ik een boekje uitgereikt met gebeden bedoeld voor leerlingen van Sacré Coeur, zo heette de kostschool:

36

Of ik daar ooit een blik in heb geworpen weet ik niet meer. Ik heb het bewaard en het ziet er nogal ongelezen uit.
En dan als laatste het enorme missaal dat ik zo rond mijn veertiende kreeg:

37

Dat missaal ging iedere dag mee naar de kerk op kostschool, niet zozeer om daar intensief in te lezen of uit te bidden. Ik gebruikte het meestal als ondergrond om korte briefjes op bidprentjes te schrijven aan mijn vriendinnen en die ondershands aan elkaar door te geven.
Drie voorbeelden van dergelijke briefjes:

 

Over mijn kostschoolleven heb ik ook een blog geschreven: Kostschooltijd….. mooie tijd

De studieboeken

Tenslotte nog één rubriek. De studieboeken. Daar had ik er ook best veel van. Twee daarvan wil ik hier laten zien. Om te beginnen een boek over poëzie:

44

Dit boek heeft me laten kennis maken met de wat zwaardere gedichten. Beetje belerend , dat wel, maar dat vond ik toen geen groot bezwaar. Ik heb het destijds met veel plezier doorgenomen en het heeft me op het spoor gezet van heel veel andere mooie gedichten en dan als laatste nog:

45

Daar was en ben ik gek op… dierenplaatjes, informatie over dieren. Meestal kreeg ik tijdens het kerstfeest een mooi groot kleurrijk studieboek. Over geschiedenis, over aardrijkskunde of over de natuur. Uren kon je die plaatjes bekijken en de informatie lezen die erbij stond. Van die boeken heb ik er geen een meer. Dat is jammer, maar gelukkig kun je tegenwoordig op internet je hart ophalen aan de mooiste filmpjes en websites over dezelfde onderwerpen. En dat doe ik nog steeds heel graag. Kijken naar de mooie dingen, kijken naar wat groeit en bloeit.

Kris kras

Naast al de mooie boeken die ik thuis tot mijn beschikking had wil ik ook nog het tijdschrift Kris Kras noemen. Dat jeugdtijdschrift werd in 1954 opgericht en al heel snel na de oprichting van dat tijdschrift mocht ik mij daarop abonneren. In 1966 werd het weer opgeheven.
Hele mooie verhalen stonden in dat blad.
Een herinnering van dat lidmaatschap staat mij nog helder voor de geest. Je kon als abonnee lid worden van een geheime club. Daarvoor moest je een schuilnaam opgeven. Ik had verzonnen dat ik Helena de onoverwinnelijke of zoiets zou gaan heten voor die club. Toen ik het eerste nummer na mijn toetreding tot de geheime club toegestuurd kreeg stond  ik als nieuw lid met mijn eigen naam Heldine Dunlop genoemd. Dat vonden ze kennelijk zo’n extravagante naam, dat ze dat als mijn schuilnaam hadden opgevat. Het kan natuurlijk ook zijn dat ik een fout had gemaakt met het invullen van het toetredingsformulier.

46

Tot slot

Véél van de leesfavorieten uit mijn kindertijd heb ik in het voorgaande beschreven en toch…. heel veel is onbeschreven gebleven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s