Een verhaal over Willem Hendrik Suringar en zijn dochter Margaretha Petronella Jacoba Dunlop-Suringar.

Willem Hendrik Suringar en zijn dochter Margareta Petronella Jacoba Suringar.

Dit verhaal gaat over Willem Hendrik Suringar en zijn dochter Margaretha Petronella Jacoba. Margaretha was getrouwd met Samuel Dunlop die leefde van 1808 – 1869.
Samuel en Margaretha zijn de ouders van Eduard Willem Dunlop I. Deze Eduard Willem ging in 1873  het geluk zoeken in Nederlands-Indië. Daar kwam hij Anna Maria Mikkers tegen, over haar heb ik in een blog al het een en ander geschreven. (Bezoek aan het archief van de doopsgezinde gemeente in Haarlem) en zij gingen samen een huwelijk aan. Helaas, deze Eduard Willem werd maar 37 jaar en had toen samen met Anna Maria 3 zonen op de wereld gezet. De oudste zoon heette eveneens Eduard Willem. Hij trouwde met Helena Carolina Buurman van Vreeden en zij werden de ouders van mijn vader en dus mijn grootouders.

In verband met het familieonderzoek waar ik al een hele tijd mee bezig ben stuitte ik dus op Willem Hendrik Suringar. Terugploegend is hij mijn oudvader.  Ik las in Wikipedia dat dat de naam is voor de vader van een betovergrootmoeder. En dus, hoe ver weg ook…. een voorvader. Een voorvader die ik na enig onderzoek heel erg interessant vond. Zo interessant dat ik dit blog aan hem wil wijden. En natuurlijk komt dan ook zijn dochter Margaretha Petronella Jacoba in dit verhaal ter sprake. Zij is tenslotte mijn betovergrootmoeder.

Willem Hendrik Suringar.

Willem Hendrik Suringar werd geboren in 1790  in Leeuwarden. Zijn ouders waren Petrus Jacobus Suringar en Baukje Buysing.  Petrus Jacobus Suringar was ontvanger van boelgoederen en collecteur-generaal van het Reëel, een functie die met het innen van belasting te maken heeft.
Toen Willem-Hendrik nog heel jong was verloor zijn vader, die Oranjegezind was, zijn functie ten gevolge van de Franse omwenteling.
Petrus Jacobus ging er van uit dat hij zijn functie wel weer terug zou krijgen, maar helaas, dat gebeurde voorlopig niet. Om toch geld te verdienen begon hij een wijnhandel en kocht hij een verffabriek. Hoe jong hij ook was, Willem Hendrik, die de oudste zoon was, stond zijn vader bij om het hoofd financieel boven water te houden. Toen hij 12 jaar was deed hij het schrijfwerk. Hij bleek namelijk een zeer pienter kind. Van het nogal gebrekkige schoolonderwijs in die tijd had hij toch enorm veel opgestoken en op eigen gelegenheid had hij allerlei zaken bijgeleerd. Zijn grote ideaal was predikant worden, maar dat zat er helemaal niet in omdat zijn vader die opleiding niet kon betalen.
Na acht jaar wachten kreeg Hendrik Willems’ vader zijn post als belasting ontvanger weer terug, maar dan wel tegen een veel lager salaris dus ook toen kon Hendrik Willem niet naar de opleiding om predikant te worden. Hij bleef werkzaam bij de wijnkoperij en de fabriek en werd later eigenaar van die firma’s.

20 juni 1810 trouwde Willem Hendrik met Aukje Oenes Gorter, hij was toen 20 jaar oud.
In 1811 wordt Oene Oedzes Suringar geboren, een jaar later Baukje Suringar. En dan, twee jaar later, in 1814, overlijdt Aukjes Oenes Gorter.
Willem Hendrik blijft met twee hele jonge kinderen achter en in 1814 overlijdt ook zijn vader. Zijn moeder die erg ziekelijk was, was vijf jaar eerder al overleden. Willem Hendrik stond er dus helemaal alleen voor. Hij zette natuurlijk de wijnkoperij en de fabriek voort. Hij was pas 23 jaar en moest eigenlijk ook nog zorgdragen voor zussen en broers van hem, die nog te jong waren om voor zichzelf te zorgen. Willem Hendrik was de oudste van 6 kinderen. Na hem waren nog twee broers en drie zusjes geboren. Als Willem Hendrik in 1814 weduwnaar wordt zijn zijn twee zusjes en een broertje nog minderjarig.

Op vier maart 1817 hertrouwt Willem Hendrik met Anna de Jong. Hij is dan 26 jaar en Anna is 19 jaar. Samen met Anna krijgt Willem Hendrik vier kinderen.
Als eerste wordt op 30 maart 1818 Margaretha Petronella Jacoba geboren.

1

Deze Margaretha trouwt in 1838 met Samuel Dunlop, zoon van Samuel Dunlop en Johanna van der Weijden. Op Samuel jr en Margaretha  kom ik later in dit verhaal nog terug.
Ná Margaretha komen zoon Petrus Jacobus, zoon Willem Hendrik en dochter Anna Carolina Johanna ter wereld. Het jongste meisje Anna overlijdt als ze één jaar is in november 1823. Haar moeder, de tweede echtgenote van Willem Hendrik, Anna de Jong is in datzelfde jaar in februari overleden.

2

Ter gelegenheid van haar dood en begrafenis schrijft vriend Johannes Nierstrasz een gedicht over haar. Ook zoon Oene Oedzes, zoon van de eerste vrouw van Willem Hendrik schrijft een gedicht, hij is dan 12 jaar en nog vele anderen maken voor deze gelegenheid een gedicht.
Het gedicht van vriend Nierstrasz en zoon Oene Oedzes neem ik hieronder op.

 

Wéér staat Willem Hendrik er alleen voor en blijft hij achter met vijf kinderen
In 1829 overlijdt de oudste zoon Oene Oedzes, net 18 jaar geworden.

8

Twaalf jaar na het overlijden van Anna de Jong trouwt Willem Hendrik voor de derde keer. Hij is dan 44 jaar, zijn bruid Charlotte Henriëtte Wilhelmina Lochmann van Königsfeld is 43 jaar. Zij heeft de titel jonkvrouwe en is in 1832 weduwe geworden van Cornelis ten Hoet, die notaris in Nijmegen was. Het huwelijk tussen Willem Hendrik en Charlotte Henriëtte Wilhelmina vindt plaats in Nijmegen. Willem Hendrik wordt in de huwelijksakte negociant genoemd, dat betekent wijnhandelaar en Jonkvrouwe Charlotte Henriëtte Wilhelmina, wordt als rentenierster aangeduid.

Met Charlotte verhuist Willem Hendrik in 1840 naar Amsterdam.

Schrijver en filantroop.

Willem Hendrik Suringar was eigenlijk vanaf het begin van zijn leven een filantroop. Vanaf jonge jongen was hij erop uit om het goede te doen voor andere mensen en om ervoor te zorgen dat dat georganiseerd werd.

9

Als zestien jarige, toen hij al zo’n vier jaar schrijfwerk voor zijn vader deed organiseerde hij een leesgezelschap. Hij bedacht de regels voor dat gezelschap dat de mooie naam: ‘Ter beschaving van het verstand en verbetering van het hart’ meekreeg. En zo heeft hij zich zijn hele leven met verenigingen en organisaties beziggehouden die het ‘goede’ wilde doen voor de mensheid.
Toen hij op 82 jarige leeftijd overleed was hij lid van zo’n 69 verenigingen.
Ook hield Willem Hendrik heel erg van het houden van redevoeringen en toespraken en was hij daar erg goed in. Uit zijn eigen autobiografische aantekeningen is op te maken dat hij als kind al op een stoeltje stond om een toespraak te houden.

Een paar van de belangrijkste verenigingen waar hij heel veel voor gedaan heeft en waar hij van grote betekenis voor was zijn: De Maatschappij tot nut van ’t algemeen, de vereniging Nederlands Mettray en het genootschap tot Zedelijke verbetering der gevangenen. 24 september 1872 overleed hij. Hij werd begraven bij het kerkje van het Nederlandsche Mettray in Eefde bij Zutphen.

10

Onderwijs.

Toen Willem nog in Leeuwarden woonde waar hij in 1840 vertrok hield hij zich veel bezig met onderwijs. Hij was toen al lid van het Nut, departement Leeuwarden en zat in allerlei onderwijscommissies.
Hij wilde het onderwijs verbeteren en wat hij vooral belangrijk vond was dat voorkomen moest worden dat leerlingen kennis vergaten zodra ze de school verlaten hadden. Hij ontwierp ‘herhalingslessen’. Volgens hem kon het lezen heel erg behulpzaam zijn bij het behouden van kennis. Samen met andere auteurs schreef en redigeerde hij een opvoedkundige reeks, een soort schriftelijke cursus om de jeugd te helpen de geleerde kennis te behouden. Hij werkte mee aan een indelingssysteem voor de Nutsbibliotheek en als je bij hem thuiskwam kon je altijd zijn boeken lenen of gewoon meenemen.

In 1840 verruilde Willem Hendrik Leeuwarden voor Amsterdam. Samen met zijn derde vrouw Charlotte Henriëtte Wilhelmina Lochman van Königsfeldt, met wie hij in 1935 getrouwd was, vestigde hij zich daar.  Hij wilde daar vooral schrijven en filantropisch werk doen. Zijn dochter Margaretha Petronella Jacoba Suringar was in 1838 met Samuel Dunlop getrouwd en woonde in Rotterdam.
In Amsterdam richtte hij zijn belangstelling in eerste instantie op bewaarscholen. Hij richtte in die tijd veel van dat soort scholen op.  In Amsterdam was hij een stimulerende kracht achter de oprichting van de Louiseschool aan de Prinsengracht.

11

zijn vrouw Charlotte zat in het bestuur van die school. Na de bewaarschool kwam er ook nog een ‘volgschool’ (d.w.z. een lagere school) een breischool, een handwerkschool en er werden lessen gegeven aan aspirant-leerkrachten, de zogenaamde normaalschool.
Kinderen op de school kregen warme maaltijden en er werden kledingstukken uitgereikt.
Uiteindelijk groeide de school uit tot een bloeiend buurtcentrum.
In 1846 werd door Willem Hendrik in Amsterdam een Zwemschool opgericht, zoals uit een advertentie blijkt:

11a

Onderaan een link met meer informatie over de Louise school.
Óók in andere plaatsen beijverde Willem Hendrik zich voor het verbeteren van het onderwijs, óók in het buitenland. Daarbij ging het niet alleen om bewaarscholen, maar ook om andere vormen van onderwijs.

Gevangeniswezen.

Buiten het onderwijs had Willem Hendrik ook veel op met het lot van gevangenen.
In 1923 was Willem Hendrik medeoprichter van het Nederlandsch Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen. Dit genootschap wilde zowel de materiële leefomstandigheden als de geestelijke gesteldheid van gevangenen verbeteren.
Willem Hendrik richtte dit genootschap o.a. samen op met Johannes Nierstrasz, een hele goede vriend van hem, die de redevoering die Willem Hendrik hield over dit onderwerp in Leeuwarden bijzonder kon waarderen en er een gedicht over schreef om het initiatief meer bekendheid te geven.

12

Over Nierstrasz is onderaan dit blog een link te vinden.

Het genootschap liep warm voor classificatie van gevangenen. Dit hield in dat gevangenen in groepen verdeeld werden en dan werd er vooral gekeken naar de mogelijkheid van verbetering. Later leidde dit streven naar het cellulaire systeem, het alleen opsluiten van gevangenen. Daar was Willem Hendrik een groot voorstander van. Op deze manier zouden gevangenen geen negatieve invloed op elkaar kunnen hebben en men verwachtte dat ze dan sneller tot inkeer zouden komen. Voor gevangenen zag Willem Hendrik het boek ook als een goede mogelijkheid om tot verbetering te komen. Vijf jaar nadat het genootschap opgericht was schreef hij een boek met de titel Godsdienstig en zedekundig handboek voor gevangenen; geschikt voor zon- en feestdagen.
Toen Willem Hendrik in 1923 het genootschap voor de gevangenen oprichtte kreeg hij ook contact met Johannes van den Bosch, de oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid. Deze maatschappij wilde arme stedelingen tot boer opleiden. Dit contact leidde tot een proef om ontslagen gevangenen te werk te stellen in landbouwkoloniën. Dat werd geen succes.

Naarmate Willem Hendrik Suringar ouder werd raakte hij er steeds meer van overtuigd dat het grootste succes bij de opvoeding behaald kon worden door op zo jeugdig mogelijke leeftijd met een goede opvoeding te beginnen. Dat verklaart natuurlijk ook wel zijn grote belangstelling voor bewaarscholen en jeugdgevangenissen.
Toen hij een bewogen toespraak hield over ‘verwaarloosde jeugd’ werd een Amsterdamse grootgrondbezitter zo enthousiast dat hij hem het landgoed  Keyenborg aanbood. Het aanbod gold voor een instelling voor ‘verwaarloosde jeugd’. Het voorbeeld voor een dergelijk instituut had Willem Hendrik in Frankrijk gezien. Het Franse Mettray dichtbij de stad Tours, was speciaal bedoeld voor jeugdige gevangenen. De Nederlandse geldverstrekker had echter de voorwaarde gesteld dat er in de Nederlandse instelling geen criminele jeugd geplaatst mocht worden en dat het om een agrarisch heropvoedingsinstituut moest gaan.
Willem Hendrik moest hier heel erg lang over nadenken, omdat hij de voorkeur gaf aan criminele jongeren. Hij dacht daar te lang over na in de ogen van de gulle gever en deze verkocht het landgoed, maar gaf de opbrengst wel aan Willem Hendrik.
Uiteindelijk werd in Eefde bij Zutphen het landgoed Rijsselt gekocht en daar verrees in 1851 het vaderlands Mettray.

13

Over Mettray is héél veel te vertellen. Voor dit blog gaat dit te ver. Wie weet kom ik er in een ander blog nog eens op terug. Hier onderaan is wel een link te vinden over dit onderwerp.

Armenzorg.

Ook met het bestrijden en in kaart brengen van armoede heeft Willem Hendrik zich al op jonge leeftijd beziggehouden. Van 1816, hij was toen 26 jaar, tot 1819 was hij diaken in Leeuwarden. Toen al kwam hij regelmatig met voorstellen om de armenzorg te verbeteren.
Vanaf 1840 neemt de aandacht voor het armoedeprobleem in Nederland toe.
Willem Hendrik is in de loop der jaren veel in het buitenland geweest. Bijvoorbeeld in Duitsland. Hij komt daar ideeën tegen die hem erg aanstaan.

14

Willem Hendrik heeft erg veel gereisd in zijn leven. Vaak zal hij van een dergelijk vervoermiddel gebruik gemaakt hebben.

Hij ontmoet in Duitsland Amalia Sieveking, die in Hamburg een vrouwenvereniging van armenzorg en ziekenverpleging heeft opgericht.

15

In Amsterdam, Gouda en Rotterdam werden verenigingen opgericht voor hulpbetoon aan eerlijke en vlijtige armoede. Willem Hendrik is bij veel van die verenigingen betrokken geweest.

Willem Hendrik Suringar was een gedreven man. Zoals in het voorgaande blijkt heeft hij zich zijn hele leven met vele zaken bezig gehouden.

161718

Zoals al eerder is gezegd overlijdt Willem Hendrik Suringar in 1872.
Zijn stoffelijk overschot ligt op het terrein van het Nederlansch Metrray in Eefde.

1920

Het Nederlandsch Metrray bestaat nog steeds. Tegenwoordig is het een jeugdzorginstelling. De naam daarvan is veranderd in LSG-Rentray.
Op deze foto een kranslegging door een jongen op de graftombe van de oprichter van Nederlandsch Mettray  Willem Hendrik Suringar op de begraafplaats.

Margaretha Petronella Jacoba Suringar.

Zijn dochter Margaretha Petronella Jacoba Suringar trouwde op twintig jarige leeftijd met Samuel Dunlop uit Rotterdam en zo werd zij mijn betovergrootmoeder en haar vader Willem Hendrik Suringar sloot daarmee ook aan in de rij van voorouders.

21

Margaretha werd in 1818 geboren in Leeuwarden. Zij was het eerste kind van de tweede vrouw van Willem Hendrik Suringar, Anna de Jong.
Margaretha trouwde in 1838 met Samuel Dunlop.
Haar vader Willem Hendrik was in 1835 met zijn derde vrouw getrouwd, Charlotte Henriëtte Wilhelmina Lochman van Königfelt.
Hoe het kwam dat Margaretha met Samuel trouwde, daar ben ik helaas nog niet achter. Zodra ik daar op een of ander archief nog iets over kan vinden wordt dit blog natuurlijk aangevuld.
1838  trouwden Samuel Dunlop jr. en Margaretha Petronella Suringar en in een tijdspanne van 1839 t/m 1862, dat is dus 23 jaar, kregen zij 13 kinderen. Mijn overgrootvader Eduard Willem is het achtste kind in de rij en werd geboren in 1853.

22

Margaretha heeft 4 van haar kinderen overleefd. Twee daarvan hadden dezelfde naam, Jenny Elisabeth. De eerste werd geboren in 1847 en werd maar 3 weken oud. In 1851 werd er weer een meisje Jenny Elisabeth geboren. Dit meisje werd maar een jaar oud.
In mei 1863 zijn Samuel en Margaretha 25 jaar getrouwd.

23

Echtgenoot Samuel Dunlop overleed in 1869, hij was 61 jaar oud.

24

Margaretha Petronella Jacoba overleed 14 jaar later in 1883 in Den Haag, zij was   65 jaar oud.

24a

G.C.B. Dunlop was een broer van Eduard Willem Dunlop, een jaar later geboren in 1854. Zijn volledige namen waren Gerard Coenraad Bernard.

Nog een paar foto’s.

Links:

Over de Louiseschool in Amsterdam.

De Louise school in Amsterdam.

over Johannes Nierstrasz.

Over Johannes Nierstrasz.

Over Mettray:

Over Mettray

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s