Samuel Johannes Cornelis Dunlop. Zijn leven beschreven in enkele verhalen. Deel 3.

Van 1941 naar 1977 en door naar 2005.

De eerste gezinsjaren in Nederland.

Heel kort na het huwelijk van Sam en Auk trouwt de oudste broer van Auk, Reinder met Elisabeth Maria Krediet. Zij is de jonge weduwe van Paul Mansvelt Beck en heeft een dochtertje uit haar eerste huwelijk.

Net getrouwd zoekt Auk een meisje als hulp in huishouding voor halve dagen:

1941 14-10 Leidsch Dagblad.

18 november 1941 promoveert Sam.

Het is oorlog, dus het proefschrift is gestencild uitgegeven.

Op 19 april 1942 wordt het eerste kind geboren. Een zoon die dezelfde namen als zijn vader krijgt, Samuel Johannes Cornelis en de roepnaam wordt Sam, net als zijn vader.

Sam, Sams vader Eduard Willem en kleine Sam.

Twee dagen later wordt er ook bij Auks broer Reinder een zoon geboren, die de naam Willem krijgt. Augustus 1942 vertrekken Sam en Auk uit Leiden. Ze verhuizen naar Velp. Sam gaat lesgeven op een laboratoriumschool/annex laboratorium. Dit instituut is gevestigd in ‘Tusculum’ in Velp.

Vlak vóór de verhuizing naar Velp, op 8 augustus 1942, overlijdt Sams vader, 61 jaar oud.

Eduard Willem Dunlop. Vader van Sam.

De broer van Sams vader Gustaaf Abram Dunlop, Oom Bram voor mij, is op 4 mei 1942 opgepakt door de Duitsers en wordt als gijzelaar geplaatst in kamp St. Michielsgestel. Die dag worden er vele vooraanstaande Nederlanders, op dat moment waren het er 460, opgepakt die moeten dienen als een soort onderpand om het Nederlandse verzet in toom te houden. Als er tegen de Duitsers aanslagen gepleegd zouden worden dreigen de Duitsers een aantal van deze gijzelaars te zullen ombrengen. Het regime in het kamp is niet zwaar, maar het terrein is wel geheel met prikkeldraad omgeven. Oom Bram was bankdirecteur in Amsterdam, wat dus kennelijk maakte dat hij tot de elite van het land behoorde. Eduard Willem, Sams vader en mijn grootvader en Bram waren erg close met elkaar. Hun vader was in 1890 op 37 jarige leeftijd plotseling overleden aan een hartaanval en zij zijn daarna met hun moeder en nog een broer al heel snel uit Indië vertrokken. Die broer, Samuel Johannes Cornelis is in 1905 aan TBC overleden toen hij 22 was. Zij zijn als jonge mannen allebei weer naar Indië gegaan en hebben daar zeer nauw samengewerkt. Mijn grootvader Eduard Willem was directeur van de door zijn opgerichte firma E. Dunlop & Co en Bram als directeur van de Nederlands-Indische Handelsbank.
Op 7 mei 1942 werd er een aanslag gepleegd op een Duitse trein. Meteen werden er een aantal gijzelaars uitgezocht en opgesloten en als de daders van de aanslag zich niet zouden melden zouden er een aantal van hen worden gefusilleerd. De buitenwereld wist niet om welke gijzelaars het ging.
Zoals boven al vermeld stierf Sams vader plotseling op 8 augustus 1942. De enorme spanning van deze gebeurtenis zal hem ongetwijfeld heel veel parten hebben gepeeld.
Op 15 augustus 1942 werden er in Goirle 5 gijzelaars omgebracht, Oom Bram bleef gelukkig ongedeerd.
Oom Bram werd op 21 augustus 1942 vrijgelaten.
Over Oom Bram zal ik een apart blog schrijven waarin ook deze episode aan de orde komt.

Kamp St. Michielsgestel (Beekvliet)

Ongeveer een jaar later wordt het tweede kind van Sam en Auk geboren. Weer een zoon, die de naam Bram krijgt. Voluit heet hij Gustaaf Abram. Hij is vernoemd naar de bovengenoemde jongste broer van Sams vader.

Bram en Sam.

Bij Sam en Auk in Velp is in komen wonen de jongste broer van Sam, Mar.
In oktober van hetzelfde jaar verloofd Mar zich met Lien Tjeenk Willink.

In 1945, na de Japanse capitulatie, besluit Sam naar Indië te gaan, zijn vrouw en kinderen blijven voorlopig in Nederland. Als hij gaat is Auk in verwachting van hun derde kind.

Over zijn verblijf in Indië, dat tot in 1950 duurde zal ik een apart blog maken. Auk en 3 kinderen, het derde kind, een dochter komt in maart 1946 in Velp ter wereld, zullen in de herfst van 1946 óók naar Indië vertrekken en in december 1947 wordt het vierde kind in Soerabaja geboren. Dat vierde kind ben ik.

Als Sam nog niet zo lang weg is gaan Mar, Sams jongste broer en Lien Tjeenk Willink in ondertrouw. Auk woont nog steeds in Velp met de twee kinderen.

Maart 1946 komt Caroline, het derde kind van Sam en Auk en de eerste dochter ter wereld in het ziekenhuis in Velp. Onder de advertentie wordt aangegeven dat Sam op dat moment in Soerabaja is.

Auk met Caroline, Sam en Bram

Niet lang na de geboorte van Caroline wordt in een advertentie aangegeven dat het voorgenomen huwelijk van Mar en Lien op 6 april in Deventer zal plaatsvinden. Sam en Bram, de zoontjes van Sam en Auk, zijn bruidsjonkers bij het huwelijk.

In een Indische krant van 8 april 1946 is te lezen dat Sam werkzaam is als arts in Soerabaja.

En dan, op 22 juni 1946, overlijdt Auks vader, Willem Reindersma. Gelukkig is ze nog in Nederland en kan ze naar de begrafenis.

Over mijn grootvader Reindersma heb ik een aantal verhalen geschreven op deze website: Willem Reindersma, mijn grootvader, vader van mijn moeder; een onderwijsman in hart en nieren

Een maand later, op 13 juli 1946, een huwelijksadvertentie in de krant van Eddy, Sams oudste broer. Hij is op 16 mei 1946 gescheiden van Bea Westermann Holstein en trouwt nu met Henny Moen. Zij is Head flight nurse bij hetzelfde squadron waar Eddy vlieger is. Het huwelijk vindt in Batavia plaats.

Eind september 1947 krijgen Mar en Lien hun eerste kind, een zoon, de vijfde Eduard Willem op rij.

En last but not least, ook Elly Dunlop treedt in het huwelijk. Zij trouwt in december 1946 met Albert Ascanius Hosang, die eerder getrouwd was met Wilhelmina Schudel.
Albert Ascianus, roepnaam Ab, was een broer van Peronne Hosang, in de vijftiger en  zestiger jaren een bekende actrice. Zij deed ook mee als hoorspelspeelster aan veel hoorspelen, onder andere enkele afleveringen van de bekende hoorspelserie over Paul Vlaanderen.

Auk is in het najaar van 1946 vertrokken naar Indië en ongeveer een jaar later kom ik, Heldine, in Soerabaja ter wereld.

Een maand later, in januari 1948 krijgt ook Elly Hosang-Dunlop een baby. Helaas is dat een levenloos dochtertje.

Op 13 september 1950 vertrekken Sam en Auk met hun 4 kinderen uit Soerabaja. Zij reizen met het schip de Cheshire, een troepenschip.

Er zitten dan veel mensen van de Marine op dat schip en ook de 3 jarige Onno reist mee, zijn vader was, net als mijn vader bij de Koninklijke Marine. Met hem was ik eind jaren zestig aanwezig op het Assaut van het Koninklijk Instituut van de Marine (KIM). Over dit feest heb ik op deze website een blog geschreven. De kleding maakt het meisje…

Weer in Nederland.

Op 13 oktober 1950 komt het schip in Amsterdam aan. Eenmaal aangekomen in Nederland heeft het gezin Dunlop korte tijd in een repatriëringshuis in Overveen gezeten.

Dit etablissement was en is te vinden op de hoek van de Zijlweg en de Bloemendaalseweg.
Na deze periode is het gezin verhuisd naar de Hoge Duin en Daalseweg in Bloemendaal. Wij trokken in een soort appartementencomplex waar wij enige tijd gewoond hebben. Het huis was te vinden onderaan het Kopje van Bloemendaal. Dit appartementencomplex is er niet meer. Ik heb een blog geschreven waarin ik wat anekdotes vertel over de tijd dat wij daar aan de Hoge Duin en Daalseweg weg woonden. Felicitaties bij de geboorte van een klein meisje, Elisabeth Maria Reindersma, op 20 september 1951. Dochter van de oudste broer van mijn moeder

Mijn vader was nog bij de Koninklijke Marine en werkte in het Marine hospitaal in Overveen. Hij was in Soerabaja Marine arts en is dat tot 1957 gebleven. Daarna is hij met eervol ontslag gegaan en is gaan werken in een ziekenhuis in Den Haag.

Marinehospitaal in Overveen.

Vanuit Bloemendaal zijn mijn ouders op zoek gegaan naar een huis. Dat hebben ze gevonden in Haarlem. Aan het Wilhelminapark. Daarover later. In 1951 werd er in de tuin van het Marine hospitaal een tuinfeest gehouden.

Ik denk dat wij als kinderen niet bij dit tuinfeest uitgenodigd waren. Toch kan ik mij herinneren dat wij in die tijd in Bloemendaal wel eens een verkleed feest hebben gehad waar mijn vader en ook wij verkleed aan mee deden. Het kan ook zo maar zijn dat deze foto’s toch ter gelegenheid van dat Marinefeest in de tuin van het Marinehospitaal zijn gemaakt.

Auk, mijn moeder kan ik op deze foto’s niet ontwaren. Zij zal toch ook wel in verkleedkeren uitgedost zijn geweest, maar helaas niet vereeuwigd.
Mijn vader hield er altijd wel van om actief met onze kinderpartijtjes mee te doen. Onderstaande foto is gemaakt tijdens een partijtje van broer Bram. Mijn vader doet mee in Marine-uniform. Het feestje vond plaats op het appartementencomplex in Bloemendaal.

Ik kwam zelf regelmatig in het Marinehospitaal omdat ik als klein kind veel last had van middenoorontsteking. Daarvoor moest ik dan naar Dokter Doets, de neus- keel- en oorarts, die de boel dan regelmatig moest doorsteken of zoiets. Geen aangename bezigheid vond ik. Ik kan mij herinneren dat het volgende eens gebeurde tijdens zo’n behandeling. Na de onaangename behandeling kreeg je als zielig patiëntje iets lekkers, een snoepje of zo, en natuurlijk vond je dan dat je het lekkers dik verdiend had. Één keer was mijn zus mee en ook die kreeg toen, net als ik, een snoepje bij vertrek. Dat vond ik toen buitengewoon oneerlijk. Zij had namelijk niet zo’n onaangename behandeling hoeven te doorstaan.
Nog een kleine anekdote over dat marine uniform van mijn vader. Dit gebeurde toen wij al in Haarlem woonden. Mijn zus zat op de lagere school en werd zo nu en dan door mijn vader opgehaald van school. Mijn ouders hoorden later van de ouders van een vriendinnetje van mijn zus die Saar heette dat die wel eens thuis kwam met de mededeling dat haar vriendinnetje Caroline een prinses was, want haar vader was een prins want die had een prinsenpak aan en dan kon Caroline niet anders dan een prinses zijn. Toen bleek dat hij geen prins maar een marineofficier was was de glans er meteen een beetje af.
Toen wij daar aan de Hoge en Duin en Daalseweg woonden, onderaan het Kopje van Bloemendaal hebben wij het ik denk 2x meegemaakt dat er sneeuw lag, toen was dat namelijk nog vrij gebruikelijk dat er enige keren in de winter sneeuw viel. Dan werd er gesleed vanaf het Kopje en dat ging niet altijd goed zoals in het krantenknipseltje te lezen is.

Ik was natuurlijk sowieso te klein en mocht uitsluitend aan de hand van mijn vader staan kijken.

Verhuizing naar Haarlem.

In 1953 verhuizen wij naar Haarlem, naar zoals al genoemd werd het Wilhelminapark. Wij woonden op nummer 32a.

Nummer 32a is op de eerste foto het huis met de grijze trapgevel. Op de tweede foto was er een brandje op de bovenverdieping, waar de ramen openstaan.
Ook Eddy, Sams oudste broer woonde in die tijd in Haarlem, samen met Henny.

Allemaal samen Rooms-katholiek worden.

In de Paasnacht van 1954, op 17 april, werden wij als gezin allemaal samen Katholiek. Uiteraard zullen mijn ouders daar samen uitgebreid over gesproken hebben. Wij, de vier kinderen, gingen daar uiteraard vanzelf in mee. Ik kan mij niet herinneren dat mij van te voren iets gevraagd is. De Paasnacht vond plaats in de Kathedrale basiliek St. Bavo aan de Leidsevaart in Haarlem.

Ik heb bij de Bavo al onze inschrijvingen in het grote doopboek opgevraagd

Zoals te zien is hebben wij allen dezelfde Peter en Meter, namelijk Ludovicus, roepnaam Louis, Stuijt en Wilhelmina van der Schoot.
Ludovicus Stuijt was een internist, die Sam kende uit het ziekenhuis in Soerabaja. Later, toen hij ging werken in het St. Joannes de Deo ziekenhuis (Westeinde) in Den Haag was Louis óók een collega van hem.
Louis Stuijt is later twee jaar minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne geweest, hij was toen lid van de KVP.  Dat was van juli 1971 tot mei 1973. Het enige dat ik mij herinner van Louis Stuijt als mijn Peter is dat ik, ik denk bij mijn eerste heilige communie een klein schilderijtje kreeg waar Maria en kind op afgebeeld waren. Wij spraken Louis Stuijt niet aan als oom Louis.

Willy van der Schoot daarentegen werd door ons kinderen wèl tante Willy genoemd. Het is mij niet bekend waarom juist zij onze Meter werd. Zij woonde en werkte in Tilburg als maatschappelijk werkster. Uit het onderstaande stukje blijkt wel dat het R.K. geloof voor haar een heel belangrijk onderdeel van haar leven was. Tante Willy kwam best regelmatig bij ons op bezoek.

Caroline en Heldine met Tante Willy in de achtertuin van het Wilhelminapark

Natuurlijk zou ik graag de motivatie van mijn ouders willen weten voor het overgaan naar het katholieke geloof. Waarom besloten ze daartoe? Mijn vader was Nederlands Hervormd, dacht ik, mijn moeder had Theologie gestudeerd en was Remonstrants, dacht ik en dus vind ik de keus voor Rooms Katholiek op z’n minst opmerkelijk. Tijdens de jaren die op die R.K. doop volgden waren mijn ouders best serieus met het geloof bezig. Mijn broer werd misdienaar en later acoliet.

Eerste heilige communie Heldine

Zelf ging ik op mijn twaalfde naar een katholieke kostschool in het zuiden van Nederland. Overigens kan ik daar wel bij vertellen dat het mij daar niet om het geloof ging, maar om het feit dat ik graag een tijdje weg van huis wilde. Mijn jongste broer ging naar de Koorschool. De koorschool was verbonden aan de kathedraal.

Bram, hier acoliet, in het midden
Het koor van de koorschool. Mijn jongste broer Guus staat ook op de foto, echter alleen zijn blonde haardos is te zien. Tweede rij van achteren in het midden.

Toen ik wat ouder was, 15, 16 jaar en ik woonde weer thuis, kwamen er regelmatig gespreksgroepen bij ons thuis bij elkaar. Mijn ouders hebben mijn nog wel eens gevraagd of ik ook niet eens mee wilde praten. maar nee, daar voelde ik niets voor.
Het geloof heeft wat mij betreft niet standgehouden. Toen ik volwassen was heb ik mij laten uitschrijven als katholiek bij de gemeente. Uitschrijven uit het doopboek, dat kan dan weer niet, of in ieder geval is dat erg moeilijk. Eens gedoopt, blijft gedoopt. Het geloof heeft mij in religieus opzicht niet veel gebracht, echter… van de muzikale en kunstzinnige uitingen die eruit zijn voortgekomen geniet ik al jaren volop. Over mijn verblijf op de katholieke kostschool heb ik twee blogs geschreven op deze website. Kostschooltijd….. mooie tijd
Samen op een hekje, Anemoon en ik

Toen wij in Haarlem kwamen wonen zijn alle vier de kinderen op ballet gegaan. Mijn broers en mijn zus en ik. Bij Maud Kool. Wij oefenden in de Floraschool, die gevestigd was aan het Florapark dicht bij het Wilhelminapark. Mijn oudste broer Sam gaf er al vrij snel de brui aan. Bram, Caroline en ik zijn toch aardig wat jaartjes lid gebleven van de balletschool. Bram was een goede balletdanser en had bij de uitvoeringen, die zo nu en dan gegeven werden, bijvoorbeeld in het openluchttheater Caprera in de duinen van Bloemendaal, een van de hoofdrollen. Caroline en ik deden ook mee, maar dan meer in de rol van elfje of herderinnetje. Toen ik naar de kostschool ging ben ik ermee gestopt. Heel erg vond ik dat niet. Over mijn ballet ’carrière’ heb ik een blog geschreven op deze website: Op ballet


optreden in het openluchttheater.

Het vijfde kind.

In november 1955 kwam er een klein broertje bij, Guus was zijn naam.

Dat was wat. Acht jaar na mijn geboorte een vijfde kind, een zoon. Augustinus Yvon Eelco heette hij met zijn doopnamen. Hij werd natuurlijk meteen enige dagen na de geboorte gedoopt.

Èn … hij had een andere Peter en Meter dan wij hadden. Oom Eelco en tante Yvonne. Ook van deze twee mensen weet ik niet hoe mijn ouders aan deze mensen kwamen en waarom zij uitgekozen werden om Peter en Meter te worden. Het was geen familie. Oom Eelco was een apotheker uit Oosterbeek en tante Yvonne kwam uit België. Wie weet kan ik nog eens wat preciezer uitzoeken wat al deze mensen met het katholieke geloof van mijn ouders te maken hadden. In tijden van Corona, waarin wij nu verkeren, het is midden 2020, zitten vrijwel alle archieven op slot. Ooit gaat dat hopelijk veranderen en kan er weer eens nadere info opgezocht worden. In 1957 verlaat vader Sam de Marine en hij gaat werken in het ziekenhuis Sint Joannes de Deo in Den Haag. Dat ziekenhuis bevond zich midden in het centrum van Den Haag aan het Westeinde. Later is dat ziekenhuis weggegaan uit het centrum en het ging verder als Westeinde ziekenhuis.

De entree van het ziekenhuis St. Joannes de Deo.
Sam in het laboratorium van het ziekenhuis in Den Haag.

Als Sam met zijn vrouw en kinderen weer in Nederland is woont zijn moeder in een hotel in Lochem. Dat is hotel de Luchte.

Wij gaan daar de eerste jaren als wij in Nederland zijn in de zomervakantie naartoe en zelf ben ik ook wel eens alleen uit logeren bij oma Dunlop geweest.

Een leuke anekdote om in dat verband te vertellen is het volgende. Als 5 of 6 jarige mocht ik eens bij oma Dunlop logeren en ging met haar in de eetzaal van het hotel eten. Oma vroeg mij dan als er een of ander gerecht was opgediend, ‘vind je dat lekker, Heldine? Beleefd als ik was antwoordde ik dan,  ja… heel lekker, maar bij mijn moeder vind ik het lekkerder. Oma kon daar op een gegeven moment niet meer tegen, belde mijn ouders en zei, kom haar maar halen… Heldine is niet geschikt om uit logeren te gaan, ze vindt het thuis beter. Dit heb ik uit de overlevering en niet uit mijn eigen herinnering.
Na de vakanties in Lochem zijn wij naar Kasteel Mheer in Zuid-Limburg geweest. Daar was in een kasteel een hotel gevestigd. Bij dat kasteel was een boerderij… én er was een leuke hond, waar ik dikke vriendjes mee was.

Vervolgens twee keer met de familie naar een vakantiepark in Oisterwijk, De Rosep. Over deze vakanties heb ik een blog geschreven op deze website. Waar blijft de tijd…… vakanties in Oisterwijk

Na Oisterwijk gingen we naar Houffalize, in de Ardennen, alle kinderen gingen nog allemaal mee.

En ook de volgende vakantie in Freilingen in de Eifel was iedereen van de partij.
In 1966 zijn mijn ouders 25 jaar getrouwd en maken wij, nog steeds allemaal samen een cruise langs de fjorden van Noorwegen. Mijn oudste broer had een vriendin en die ging ook mee. De eerste ‘aanhang’ in de familie zeg maar.

Het vijfentwintigjarig huwelijk van Sam en Auk werd ook gevierd met een groot feest in de tuin van het huis aan het Wilhelminapark.

Daarna huurden mijn ouders enige jaren achter elkaar een huisje in een park in Lage Vuursche, dat park heette ‘Bosch van Drakesteyn’. Daar zijn we meerdere keren geweest, in de zomer én in de winter.

In 1967 ging ik voor het laatst met mijn ouders en een tweetal broers mee op vakantie, naar Joegoslavië dat keer.

In het vervolg ging ik met anderen en heel soms alleen op vakantie. Met één uitzondering, toen ik 21 werd ging ik met mijn ouders naar Londen. Dat was een soort traditie. In het jaar dat je 21 werd, volwassen dus, mocht je een plek uitzoeken waar je met hen op vakantie mocht. Voor mij werd dat dus Londen.

Het jaar daarvoor ging ik óók op vakantie, ook naar Engeland. Een fruitplukkerskamp in East-Anglia. Over dit eerste ‘eigen’ vakantieavontuur heb ik op deze site ook een blog geschreven. 1968 en volgende jaren… een fruitplukkerskamp in Engeland en avonturen met Ricky.

Na deze diverse vakanties kochten mijn ouders een tweede huisje in Sint Maartensvlotbrug. Een huisje dicht in de buurt van Schagen. Zij gingen daar bijna ieder weekend naartoe.
In dat huisje heb ik na het overlijden van mijn vader ruim twee jaar gewoond. Ik werkte in de bibliotheek van Castricum en gin met de auto op en neer naar Sint Maartensvlotbrug.

Na al deze vakantieavonturen weer even terug naar het gewone leven. Het verhaal is gekomen tot onze gezamenlijk toetreding tot het katholieke geloof. Natuurlijk gingen wij dan ook naar een katholieke school lagere school. Dat was de R.K. Schoolvereniging aan de Cruquiusstraat 2 in Haarlem. Enige jaren zat Sam daar in het bestuur.
Mijn jongste broer Guus ging daar ook heen, behalve een aantal jaar dat hij naar de koorschool ging. De koorschool stond bij ons aan het Wilhelminapark, dus toen hoefde hij maar een klein eindje te lopen.
Over de omgeving van het Wilhelminapark heb ik een blog geschreven. Van Wilhelminapark naar Hertenkamp en weer terug door de Haarlemmerhout. Een wandeling in foto’s en verhalen.

Over de familiefeesten die in de loop der tijden bij ons thuis gevierd werden heb ik een blog geschreven op deze website: Huiselijk feestgedruis

Van 1960 tot het pensioen in 1973.

28 februari 1960 overlijdt de moeder van Auk. Heel lang heeft zij in de Willemsstraat in ’s Gravenhage gewoond. De laatste jaren woont zij in een bejaardentehuis in Almelo, in de buurt van haar oudste zoon Reinder.

Van 1960 – 1963 zat ik de eerste drie jaar van de middelbare school op een katholieke kostschool in Vaals in Zuid-Limburg. Niet omdat dat moest, maar omdat ik dat zelf graag wilde. Mijn vader en moeder moesten natuurlijk wel even nadenken over dat verzoek, maar gelukkig, ze stemden erin toe. Voordat ik daar geplaatst kon worden moest ik toelatingsexamen doen. Samen met mijn vader reisde ik naar Vaals om dat examen te gaan doen. Mijn vader logeerde in een hotel en ik kon op de kostschool overnachten. Ik werd daar inderdaad aangenomen. Ik had het daar zeer naar mijn zin. Mijn ouders besloten dat ik na drie weer naar huis moest komen om de middelbare school in Haarlem af te maken.
Tijdens mijn verblijf op de kostschool in Vaals krijgt Sam een auto-ongeluk. Iedere dag rijdt hij van Haarlem naar het ziekenhuis in Den Haag op en neer. Begin zestiger jaren gaat het een keer flink mis op de weg.

Er zitten meer mensen in de auto, zijn vrouw Auk, zoon Sam en jongste zoon Guus. Alleen vader Sam is gewond. Ik kom niet lang daarna thuis uit de kostschool om het Sinterklaasfeest te vieren. Dat wordt op de slaapkamer van mijn ouders gevierd want daar ligt Sam in bed. De rest van de medepassagiers is er zonder kleerscheuren vanaf gekomen.  Na het feest vertrek ik weer naar Vaals.

In 1961 werd een bejaardenhuis van de Doopsgezinde gemeente in Den Haag geopend. Het tehuis heette Oldeslo. Daar gaat Sams moeder wonen. Zij verhuist van hotel de Luchte in Lochem naar rusthuis Oldeslo aan de Maurits de Brauwweg 18 in den Haag. De precieze datum dat zij daarnaartoe is gegaan weet ik niet meer zo precies, maar het zal niet lang nadat het huis geopend was zijn.

In 1967 trouwt mijn oudste broer Sam met Marjon. De eerste van de vijf kinderen die in het huwelijk treedt.

Ook Bram en Caroline treden in het huwelijk. Respectievelijk met Josien, en Govert.

Vader Sam krijgt 5 kleinkinderen. Sam en Marjon krijgen twee kinderen, Marleen en Martijn, Caroline en Govert krijgen er ook twee, Bart en Steven en Bram en Josien krijgen een zoon die David heet.

In 1967 overlijdt oom Bram, de jongste broer van zijn vader.

Een jaar later zijn tante, de echtgenote van oom Bram.

Zijn moeder Helena Carolina Dunlop-Buurman van Vreeden overlijdt in 1973. Over mijn grootmoeder oma Dunlop heb ik op deze site een verhaal beschreven. Mijn oma Helena Carolina Dunlop-Buurman van Vreeden

Een jaar later overlijdt ook zijn oudste broer Eddy. Die is enige tijd geleden verhuist naar Wedde in Groningen.

Nieuw werk in Zeeland. Verhuizing naar Goes.

Sam werkt tot zijn 65e jaar op 25 december 1973  nog steeds in het ziekenhuis Johannes de Deo in Den Haag. Stoppen met werken wil hij niet, dus is hij op zoek gegaan naar een nieuwe baan. Die vind hij in Goes in Zeeland. Hij wordt directeur van het streeklaboratorium daar. Voor die nieuwe baan moet hij gekeurd worden. Tijdens die keuring wordt duidelijk dat hij longkanker heeft. Meteen wordt hij in het ziekenhuis opgenomen en wordt de aangetaste long verwijderd. Een zware operatie waar hij goed van herstelt. Daarna gaat hij toch aan het werk in Goes. Het huis aan het Wilhelminapark in Haarlem wordt verkocht en er wordt een ander huis in Goes aangekocht. Een huis in de Leliestraat 96.

Goes, Leliestraat 96.

Hij werkt daar een paar jaar met plezier en maakt met Auk nog een reis naar Israel en ook met Auk en jongste zoon Guus maakt hij nog een paar mooie reizen. Daarna gaat het weer mis met de longkanker. Op 8 juni 1977 overlijdt Sam in het ziekenhuis in Utrecht, 68 jaar oud.

Ikzelf was toen 29 jaar en woonde in Castricum en werkte op de bibliotheek van Castricum.
Het was één van de grootste schokken die ik in mijn leven heb meegemaakt. Ik kon het niet geloven, ik wilde het niet waar hebben en ik kon hem niet missen.

April 1978 overlijdt Els Hosang-Dunlop, Sams zus. Zij is dan 60 jaar. In 1 juli1971 is zij gescheiden van Albert Asciano Hosang. Een dag later, op 2 juli 1971 overlijdt hij. Als Tante Els overlijdt woont ze samen met Tante Sven Hinloopen in Lelystad. Er is een vermoeden van zelfmoord.

Juni 1979 overlijdt Mar Dunlop, Sams jongste broer. Hij is dan 55 jaar. Hij woont in Gassel en beneemt zichzelf het leven.

April 1981 overlijdt Lien Dunlop-Tjeenk Willink, Mar’s echtgenote. Zij is dan 57 jaar. Zij beneemt zichzelf het leven.

In 1986 overlijdt Tante Queen, de zus van mijn oma Dunlop. Haar naam was voluit Carolina Daniella Christina Bakker-Buurman van Vreeden. Zij is op dat moment 100 jaar oud, want werd geboren in 1886 in Semarang. Ik heb over haar een blog geschreven op deze website: Carolina Daniella Christina Buurman van Vreeden, zus van mijn grootmoeder

De overlijdensdatum van haar echtgenoot Jappe Frans Bakker heb ik helaas nergens kunnen vinden. Ook hij was in 1886 geboren en is óók oud geworden, maar geen honderd, dus overleed enige jaren vóór zijn vrouw.

In 2005 overlijdt Sams echtgenote en mijn moeder. Zij is dan 92 jaar en woont op dat moment in het verpleeghuis De Strijp in Den Haag.

Sam en Auk zijn in een gezamenlijk graf begraven op Driehuis Westerveld.



In de serie verhalen over mijn vader Samuel Johannes Cornelis Dunlop zijn dit de andere blogs:

Samuel Johannes Cornelis Dunlop, mijn vader. Zijn leven verteld in enkele verhalen. Introductie.
Samuel Johannes Cornelis Dunlop. Zijn leven beschreven in enkele verhalen. Deel 1.
Samuel Johannes Cornelis Dunlop. Zijn leven beschreven in enkele verhalen. Deel 2.
1936. Olympische winterspelen in Garmisch-Partenkirchen. Mijn vader Sam Dunlop was deelnemer én vlaggendrager. Deel 4

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s