Kostschooltijd….. mooie tijd

Een herinnering aan mijn eigen kostschooltijd op Sacré Coeur

Kostschoolwens

Raar, maar waar. Ik heb genoten van mijn kostschooltijd!  Het was in het grijze verleden: van 1960 tot 1963 en toen ik ernaartoe ging was ik twaalf.
sacré coeur vaals

In ons gezin was er totaal geen traditie om kinderen naar kostschool te sturen zoals dat in veel andere goed katholieke families wél heel veel gebeurde.
Toen ik in de 6e klas zat had in mijn hoofd het idee postgevat dat ik weg wilde thuis. Ja, waarom wil een kind dat? Meer ruimte… meer vrijheid, zal het wel vooral geweest zijn. Kostschool leek me het einde! Natuurlijk waren mijn ouders niet onmiddellijk razend enthousiast over dat idee. Maar, en dat kan ik erg waarderen, na verloop van tijd gaven ze gehoor aan mijn wens. Na enige tijd zoeken werd het Sacré Coeur in Vaals, zuid-Limburg; Wij woonden in die tijd in Haarlem, dus niet naast de deur kun je wel zeggen!
Voordat de aanmelding definitief was moest ik natuurlijk eerst nog toelatingsexamen doen. Dat was een spannend uitje! Zo rond mei of zo reisde ik met mijn vader naar Vaals. De school was gevestigd in een prachtig groot statig gebouw met veel grond erbij. Ik moest een dag of 3 intern om allerlei proefwerken te maken. IK kreeg een eigen kamer en mijn vader ging in een hotel in Vaals. Dat ging allemaal goed. Kennelijk had ik alles redelijk voldoende gemaakt want ik werd toegelaten.
We kregen een brochure thuis gestuurd met een hele lijst wat er allemaal aangeschaft diende te worden. Er werd daar op school in uniform rondgelopen, (grijze plooirok, soort blauwige bloes, op feestdagen een witte en een grijs vest) let wel, het was 1960, maar er bleef toch nog heel wat over voor ons om te kopen. Zoals bijv. een tuinbroek, 2 paar stevige molières (ja, zo heette dat toen) in bruin of zwart leer met korte sokjes. Stevig ondergoed, nachthemden enz. enz.
Rond 1 september ging het echte avontuur beginnen. De hele familie ging mee om mij naar Vaals te brengen. Wij werden welkom geheten door één van de nonnen. Ik kreeg natuurlijk te horen in welke slaapzaal, de groene, de blauwe, de roze, allemaal spannende namen, ik een chambrette zou krijgen. (chambrette: twee houten schotten met een gordijn ervoor in de kleur van de slaapzaal. Met daarin: een bed, een kast voor je  kleren, een nachtkastje, een stoel en een wastafel) Na een wandeling met de hele familie door het huis en door de tuin moest ik afscheid nemen. Ach ja, even slikken was het wel natuurlijk.

Kostschoolleven

En toen…. begon het kostschoolleven!
De herinnering aan deze tijd is te verdelen in 2 stromen:
1. Streng – regels – voorschriften.

mère zus of zo
Mère Zus of zo op de uitkijk.

2. Vriendschap – samen spannende dingen doen –  lekker recalcitrant zijn – gevoelens verkennen.

oda en heldine
Samen met mijn vriendinnetje Oda.

Bij aankomst op de kostschool kreeg je een nummer (in mijn geval 16, een nummer dat mij mijn hele leven opvalt als ik het ergens zie staan) Dit nummer was bedoeld om je wandaden te kunnen opschrijven in de kleine boekjes die alle mères bij zich hadden. (Dit behoeft enige toelichting: de nonnen op Sacré Coeur waren verdeeld in 2 groepen. De mères, zij hielden zich bezig met onze opvoeding en met het handhaven van de regels en de soeurs, zij waren voor de huishouding en van ons werd verwacht dat we geen contact met ze hadden!)
Aan het eind van de week verzamelden alle internen zich in de aula. Daar werden de weeknoten voorgelezen. Per klas moest je naar voren komen en vervolgens kreeg ieder kind te horen hoe zij zich die week gedragen had en dat werd vertaald in een weeknoot, die onderverdeeld waren in: zeer goed, goed, niet goed en onbevredigend. Met zeer goed was er niets op je aan te merken geweest. Bij de 3 anderen werd een lijst voorgelezen van de fouten die je die week gemaakt had. Onbevredigend gaf uiteraard de langste lijst. En waar bestonden die wandaden dan zoal uit? Praten op ‘elders’ (dat is in de w.c. ruimte) was verboden, storen in de studiezaal, daar moest absolute stilte heersen, enz enz.
En dan in de rij het kaartje met je weeknoot ophalen bij ma réverend mère; zeer goed voorop en onbevredigend achteraan, en niet vergeten een réverence te maken als je het kaartje in ontvangst nam! In een van de eerste weken dat we op school zaten hadden we réverenceles gehad!
Het nummer dat je had speelde dus een rol in het opvoedingsmodel én was tevens bedoeld als herkenning van je eigendommen. Het moest bijvoorbeeld in al je kleren ingenaaid zijn, zodat je na de was al je eigen spullen weer kon terugkrijgen.
Post mocht je ontvangen, maar post die niet van je ouders afkomstig was werd opengemaakt en gelezen neem ik aan. Éénmaal werd de fout gemaakt dat er een brief van mijn ouders was opengemaakt. Dáár werd excuses voor gemaakt!
De internen waren verdeeld in weekinternen, dat waren de kinderen die in het weekend naar huis gingen omdat ze niet al te ver van de school af woonden en de internen, die zo ver van school af woonden dat ze alleen in de vakanties naar huis gingen. Daar was ik er één van. Haarlem was veel te ver weg om het weekend naar huis te gaan. Dan waren er ook nog externen. Zij gingen iedere dag naar huis, omdat ze in Vaals of heel dicht in de buurt woonden. Daar hadden we alleen in het klaslokaal mee te maken. Het vreemde was dat die groep een eigen speelterrein had in de pauzes. Waarom dat was heb ik nooit erg goed begrepen.
De internen moesten op zondag verplicht een brief naar hun ouders schrijven. De eerste maanden dat ik op school zat voldeed ik ijverig aan die verplichting, allengs maakte ik me er steeds meer met een jantje van Leiden af. Mijn moeder daarentegen schreef mij iedere week een hele lange brief om mij op de hoogte te houden van alles wat er thuis gebeurde! Heel erg jammer dat ik al die brieven niet bewaard heb! Wat had ik daarmee een pracht overzicht gehad van de familiebelevenissen in die jaren! Van mijn vader kreeg ik alleen een brief als er vermanende woorden gesproken moesten worden. Hij typte die brieven. Zijn handschrift was zó onleesbaar dat ik de vermaningen onmogelijk had kunnen ontcijferen als hij het geschreven had!
Als internen was het ons streng verboden het terrein van de kostschool te
verlaten. Overigens was het terrein van de school erg groot, dus in principe was er ruimte genoeg om naar buiten te gaan. Wij internen hadden op zondag de verplichting om te trio’en. Dat klinkt heel erotisch, maar was het niet, al zat er wel een bepaalde gedachte achter. Het was verplicht  wandelen
met z’n drieën. Zoals gezegd, het terrein was groot en daar mochten we dus alleen gedrieën doorheen lopen. Niét alleen, dat was te gevaarlijk. Niét met z’n tweeën. (uitleg werd daar niet bij gegeven, maar je kunt de gedachte erachter wel een beetje raden) Dus verplicht met z’n drieën. (ik neem aan dat men zo het gevaar van het ontstaan van  ‘particular friendships’ wilde tegengaan)
Als je maar met de juiste 2 vriendinnen op stap ging tijdens het trio’en konden er toch hele spannende dingen gebeuren. Op het terrein stonden een aantal huisjes, die op slot waren. Daar mochten wij niet in, gelukkig waren er vriendinnen die, net als ik, dat verbod aan hun laars lapten en die ook wisten hoe je de ramen van de huisjes moest forceren om binnen te komen. Als je 12/13 bent vind je dat allemaal uitermate spannend!
Én…. Dan hadden we nog de mis, het lof en andere katholieke rituelen. Iedere dag moesten we naar de mis, met een zwarte sluier op (op feestdagen was de sluier wit). Dat ging natuurlijk al snel vervelen. Daar hadden wij wat op gevonden. Vele, vele briefjes, op de achterkant van allerlei bidprentjes, zijn in de kapel van hand tot hand gegaan. Dat ging natuurlijk meestal nergens over, maar er waren soms toch ook troostbriefjes, uitnodigingen, liefdesverklaringen bij. Ik bewaar daar prachtige herinneringen aan en… gelukkig, die briefjes heb ik nog wel! (Ik heb ze namelijk altijd in mijn missaal bewaard en tja, een missaal gooi je niet bij het oud vuil).

bidprentjes
tekist bidprentjes Een paar voorbeelden van de bidprentjes. Voorkanten én achterkanten.

Ach, en zo zijn er nog vele verhalen te vertellen over de strengheid en regels op onze kostschool.
Er waren, zoals gezegd ook hele andere kanten aan het kostschoolleven.
Al  snel nadat de school was begonnen ontstonden er vriendschappen. Omdat we allemaal in hetzelfde schuitje zaten, geen ouders in de buurt, waren we natuurlijk erg op elkaar betrokken.

Vriendschap en plezier

Alles deed je samen. Eten in de refter, slapen op de slaapzaal, spelen in de tuin, studeren in de studiezaal, feestvieren op bepaalde dagen in het jaar, naar de kapel, hobbyclubjes op vrije middagen, theedrinken, plezier hebben, heimwee hebben, (dat had ik niet vaak, maar deed soms toch dapper mee)
Heimelijk verliefd zijn op een ouderejaars, óók buitengewoon spannend!

yvonne berding
Yvonne….. daar was ik weg van.

Als in de slaapzaal het licht uitging duurde het niet lang of meerdere kinderen gingen op bed staan, zo kon je elkaar zien en dan maar ‘keten’, dat moest wel zachtjes gebeuren want als de mère je hoorde zwaaide er wat!
In de tuin stond een huis met de prozaïsche naam ‘de Ruychen Hoeck’. In dat huis was een grote betonnen vloer en daar kon gerolschaatst worden. Leuk om met je vriendinnen rond te zwieren!
8 december was een feestdag op kostschool (het kerkelijk feest op die datum is ‘Maria Lichtmis’), géén lessen, eerst natuurlijk wel naar de kerk, maar de rest van de dag feest, spelletjes doen en lekker eten. Cache cache was één van de spelletjes. Een soort verstoppertje, maar dan op een speciale manier. Ook in de zomer was er nog een dergelijk feest, het H.Hartfeest. Dit werd gevierd op de derde vrijdag nà Pinksteren. Dan waren de activiteiten vooral buiten.
Wat een erg spannende bezigheid was om met een paar vriendinnen te proberen op plaatsen te komen waar je eigenlijk niet mocht komen, de zolder bijvoorbeeld, nóg veel spannender was het te proberen in het ‘slot’ waar alle nonnen huisden een blik te slaan, maar dat was zo gevaarlijk dat het maar enkele keren gelukt is. Als je dán gesnapt werd kon je meteen voorgoed naar huis.
Ik heb daar op kostschool toch wel een goede leerschool gehad om mij eens buiten de toegestane paden te wagen. Op de lagere school, thuis, was ik een buitengewoon braaf kind. Zo braaf, dat ik altijd het strafwerk mocht ophalen. Ik hoefde het daar nóóit zelf te maken! Daar kwam op kostschool wel verandering in. Het eerste trimester van het eerste jaar gedroeg ik mij nog voorbeeldig. Daarna kwam ik los! Heerlijk was dat, lekker de grenzen verkennen tot hoever je kon gaan bij de nonnen en dientengevolge steeds vaker achteraan lopen met het uitdelen van de weeknoten. Mijn ouders kregen in die tijd zo nu en dan een brief thuis met de boodschap dat als ik niet beter mijn best zou gaan doen zij helaas genoodzaakt waren mij van school te verwijderen. Dat waren dus de momenten dat ik de vermanende brieven van mijn vader kreeg!

Scannen0109
1962
Weggestuurd

Aan het einde van de 2e klas was het dan zover. Ik bleef zitten en kreeg ook aangezegd dat ik het volgend schooljaar niet meer terug hoefde te komen. Aangezien ik ervan uitging dat deze mededeling wel schriftelijk ook mijn ouders bereikt zou hebben had ik hen niks gezegd. Dus op het eind van het schooljaar kwam de familie mij ophalen. Vlak voordat de vakantie begon was er op school een fancy fair en ik had daar een tam wit konijn gewonnen. Mijn ouders kwamen binnen, ik viel meteen maar met de deur in huis: “ik ben blijven zitten, ik mag niet meer terugkomen en dit konijn heb ik gewonnen”. Nou, dat was wel een schrik en de eer van mijn ouders veel te na. Zij hebben zich de blaren op de tong gepraat om mij toch weer terug te laten keren het volgend schooljaar. Nou, dat hebben ze voor elkaar gekregen. Ik mocht terugkomen. Wél met de sanctie dat ik aan het begin van het schooljaar aan jan en alleman excuus moest aanbieden; docenten, mères enz. Daar had ik niet echt veel moeite mee, want ik was dolblij om weer terug te mogen. Aan dat zittenblijven was helaas niets meer te veranderen.

Weer naar huis

Echter, het volgende schooljaar zetten mijn ouders er zelf een punt achter. Ze kregen genoeg van al de dreigende praatjes die iedere keer vanuit de school hun richting uitkwamen. Áls ze nu niet haar best gaat doen is het echt afgelopen en mag ze na de vakantie niet meer terugkomen… en dat iedere keer weer. Ze hebben zelf op het eind van het 3e schooljaar gemeld dat ze mij van school haalden en…. dáár waren de nonnen toch nogal verontwaardigd over! Een klein machtsstrijdje dus!
Ach ja, ik vond het wel jammer. Ik had best de hele middelbare school daar willen blijven. Dat ging niet door. Het volgend schooljaar ging ik in Haarlem naar school en uiteraard gewoon iedere dag naar huis.

Sacré Coeur wordt hotel

Het internaat van Sacré Coeur is in 1976 opgeheven. Het gebouw is enige jaren later eigendom geworden van de gemeente Vaals.
Enige jaren geleden zijn wij nog eens teruggegaan naar Vaals. In 1990 is het gebouw door het van der Valk concern gekocht en  gerestaureerd en er is een luxe hotel in gekomen. Veel van de grond eromheen is er niet meer over. De nieuwbouw van de gemeente Vaals is tot vlakbij het gebouw opgerukt.

bloemendal
Het huidige hotel Bloemendal

Wij hebben daar toen een overnachting geboekt en het was een heel speciale ervaring om weer eens te eten in de ruimte die nu restaurant was en vroeger refter heette en te slapen in een kamer waar vroeger de lessen gegeven werden en waar je verlangend naar buiten zat te kijken als de les je mijlenver de keel uithing!

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s