Het BLITZ-DUNLOP VENTIEL. 3e. September/Oktober 1997. Voettocht Nijmegen-Montaillou in de Pyreneeën. Van Casagnas naar Montailou en daarna weer terug naar Nijmegen. 388 km

Nadat wij op 28 augustus, na een verblijf van een week in Nijmegen in verband met het overlijden van Franciens moeder, weer terug waren in Villefort moesten wij de ‘voettocht spirit’ weer zien op te pakken. Dat was niet eenvoudig. Wij moesten nog bijna 400 km afleggen tot ons einddoel Montaillou in de Pyreneeën.
Ook fysiek was het moeilijker als vóór de break. Ik had, toen ik de voettocht weer oppakte véél meer last van mijn voeten, had een ander paar wandelschoenen meegenomen uit Nijmegen en dat was niet zo’n handige zet en was ook nogal snel moe en uitgeput van het lopen. Het leek wel of de conditie door die éne week in Nijmegen weggevloeid was.
Wij dachten voor de laatste kilometers nog ruim 20 wandeldagtochten nodig te hebben. Uiteraard kwamen daar ook nog rustdagen bij. Dus als het allemaal een beetje zou lopen zoals wij hoopten zouden we op één van de laatste dagen van september in Montaillou kunnen aankomen.
Ook in deze maand hebben wij een paar opmerkelijke overnachtingsplekken bezocht en bijzondere avonturen beleefd.
Toen wij het wandelen weer oppakten na aankomst in Villefort kregen we meteen te maken met pittige wandelparcoursen, we liepen tenslotte midden in de Cevennen, een behoorlijk geaccidenteerd stel bergen. Op een gegeven moment kwamen we door de vlakte van het ‘Canal du Midi’ en werd het terrein veel vlakker. Daarna gingen we de Pyreneeën in en werden de parcoursen weer een stuk ruiger.

Op 4 september kwamen wij in de gîte d’etape van Aire-de-Côte aan. De honden mochten daar niet op de slaapzaal slapen maar wel beneden in de eetzaal op een kleedje. Francien is die nacht bij ze gebleven, want die twee honden zo alleen daar beneden in de eetzaal, daar hadden we niet zo’n vertrouwen in. Zij heeft allebei onze slaapmatjes gebruikt en heeft daar uiteindelijk prima geslapen.

Ik daarentegen had een bed in het dortoir van de gîte en legde mij, na beneden nog even gekletst te hebben met andere gîte bezoekers, daar te bedde. Het was een gemengde slaapzaal voor mannen en vrouwen en het duurde niet lang of een aantal van die mannen begon enorm te snurken. Het staat me nu nog, na al die jaren, bij hóe hard dat klonk. Ik heb er toen heel slecht van geslapen en was jaloers op Francien, die uiteindelijk heerlijk rustig beneden, alleen met de honden, geslapen had.

In de gîte in Aire-de-Côte hadden wij twee vrouwen leren kennen, Joke en Marianne, die wij in volgende overnachtingsplekken nog een paar keer tegenkwamen. Zij maakten een wandeltocht van twee weken in de Cevennen en waren behoorlijk ongetraind op weg gegaan. Toen wij uit de gîte in Aire-de-Côte vertrokken  moesten we die dag de berg de Mont Aigoual, de hoogste bergtop in de Cevennen, op en af. Dat was een zware tocht.

Eenmaal boven op de de top zagen wij Joke en Marianne aankomen en toen bleek dat wij, ná ons verblijf in Nederland toch nog behoorlijk wat conditie over hadden gehouden, want gelukkig was de klimtocht ons vrij gemakkelijk afgegaan, terwijl zij bijna aan het ademhalingsapparaat moesten toen ze eenmaal boven waren, zo zwaar was het ze gevallen.

Op 8 september maakten wij een zware maar prachtige afdaling in de Cirque  de Navacelles.

Een bijzonder verschijnsel dat iets weg heeft van de Rocky mountains.
Wij logeerden die nacht in een hotel helemaal beneden in het dal. Na een heerlijk diner op het terras van het hotel en een goede nachtrust moesten wij de Cirque weer uit. Omhoog dus en ook dat was een prachtige maar zware onderneming.  Het werd op een gegeven moment zó warm dat hond Dido niet weer door wilde, een kuiltje in de koele grond groef en niet van zins was verder te lopen.

In september wordt het jachtseizoen geopend in heel Frankrijk. Meestal hadden we daar niet veel last van. Er mag op bepaalde dagen op bepaald wild gejaagd worden en op andere dagen niet. Maar zondags bijvoorbeeld dan zijn er altijd veel jagers op pad en dat was wel eens heel vervelend. Wij kwamen op een dag een stel mannen tegen die beweerden dat er in het bos waar de GR doorheen liep op die tijd niet gewandeld mocht worden. Dat is helemaal geen regel en wij zijn dan ook doorgelopen, maar echt prettig lopen was het niet.

Een heel bijzonder onderkomen was het Maison de forestière des Bourdils. Wij arriveerden daar na een erg zware wandeltocht. Tijdens die wandeling kwamen wij tot onze grote verassing een grote groep wilde moeflons tegen. De gîte, de naam zegt het al, was gelegen midden in het bos. Ná die zware tocht waren wij erg toe aan een heerlijke douche én een lekker maal.  Niets van dat al helaas.

Bij binnenkomst was het stikheet en muf en in ’t midden van de kamer lag een meisje dat zwaar ziek leek te zijn. Naast haar zat een jongeman. De kamer stonk nogal naar wiet en de twee personen zagen er naar uit dat ze daar nogal ruim gebruik van gemaakt hadden. Wij vroegen of we de nacht in de gîte konden doorbrengen. Dat kon… op de bovenverdieping. Wij moesten mèt honden en spullen een smalle houten ladder bestijgen. Dat was met name voor de honden nogal een opgave. Daar aangekomen bleek er op die zolder, want dat was het, geen elektrisch licht te zijn en het was er pikkedonker. Dus moesten wij eerst op de tast de verdieping/zolder ontdekken. Wij hadden een zaklamp bij ons dus konden toch enigszins onderscheiden waar wij ons bevonden. Wij hebben toen onze slaapmatjes en slaapzakken geïnstalleerd en ook de hondenkleedjes neergelegd.
Wij hadden die dag onderweg ergens, in the middle of nowhere, op een terras, waar wij neergestreken waren een reuzentomaat gekregen die wij als avondeten hebben genuttigd en ik neem aan dat wij ook nog wat brokjes voor de honden in voorraad hadden. Beneden werd de houtkachel aangestoken en vanaf dat moment werden we daarboven bijkans uitgerookt.
Wij zijn vroeg gaan slapen en toen bleek, toen Francien de honden nog even wilde laten plassen dat er zich op zolder een uitgang bevond waar je zo het bos instapte en waar je dus het pand heel gemakkelijk kon verlaten, want het huis was tegen de heuvel opgebouwd.
Die nacht werd hondje Shiki ziek en kotste midden in de nacht de hele boel onder.
Toen wij ’s morgens de ruimte konden ontwaren in het daglicht was het om het zacht uit te drukken geen riante omgeving. Door de rook en het braaksel van hondje Shiki was het een enorm stinkhol geworden en wij wisten niet hoe gauw we daar weer weg moesten gaan. Uiteraard was dit gezellig onderkomen gratis.
Het bleek dat Shiki echt nogal ziek was en steeds minder wilde eten. Na het volgende onderkomen, een hotel in Fraisse sur Agout, kwamen we langs een camping waar een Nederlandse de scepter zwaaide. Zij vertelde ons dat in het volgende plaatsje in een hotel daar op donderdag een dierenarts kwam. Wij hebben bij aankomst in dat plaatsje Le Salvetat sur Agout geheten, een kamer genomen. De volgende dag was gelukkig een donderdag en inderdaad, wij konden met Shiki naar de dierenarts. Het hotel waar wij verbleven was ook de plek waar de dierenarts kwam. Die heeft haar medicijnen gegeven en wij moesten een paar dagen pas op de plaats maken om haar de gelegenheid te geven weer een beetje te herstellen.
Wij zijn 4 dagen in het hotel van le Salvetat sur Agout gebleven en toen was Shiki wel weer zover dat ze de tocht kon vervolgen. Op één van die dagen dat we rust hielden ben ik met de bus naar Beziers gegaan om die stad te bezoeken.

Op 25 september kwamen we in Castelnaudary aan. Wij hadden daar afgesproken met mijn broer en schoonzus die al enkele jaren in de Dordogne woonden.

Wij verbleven samen in hetzelfde een hotel en hebben daar met hen een brief doorgenomen die wij al eerder geschreven hadden. Die brief ging over onze voettocht van Nijmegen naar Montaillou. Het was de bedoeling om de brief naar de maire (burgemeester) van Montaillou te sturen en naar de redactie van de krant ‘la Depèche du Midi’,  een plaatselijke krant die in de Ariège, het departement waar Montaillou gevestigd is en die daar dagelijks verschijnt. Mijn broer en schoonzus, die natuurlijk behoorlijk goed Frans spraken hebben de brief gelezen en op punten gecorrigeerd.
In 2009 kwamen wij terug in Castelnaudary. Wij liepen toen langs het Cana du Midi. Over die wandeling heb ik ook een blog geschreven: Het BLITZ-DUNLOP ventiel. 2. Lopen langs het Canal du midi in Zuid-Frankrijk van 30 augustus t/m 22 september 2009.

En wat bleek… toen wij enige dagtochten later in een hotel in Montsegur zaten, de laatste stop voor wij in Montaillou zouden aankomen, kwam er inderdaad een journalist van La Depèche du Midi naar het hotel om daar een uitgebreid interview met ons te houden. Hij maakte ook nog een foto van ons én de honden met op de achtergrond het katharenkasteel van Montsegur.

En toen kwam de allerlaatste etappe van Montsegur naar Montaillou.

Het bleek inderdaad dat wij uiteindelijk de eindstreep gingen behalen op karakter en minder op het plezier in het lopen, althans dat gold voor het stuk nadat wij in Nijmegen waren geweest. En natuurlijk… het halen van die eindstreep was een belevenis en een maakte echt wel veel emoties los. Wij hadden samen 1827 kilometer lopend afgelegd om ons einddoel te bereiken. 5 maanden na ons vertrek uit Nijmegen stonden wij in het kerkje van Montaillou om daar onze meegenomen ‘offers’ neer te leggen. Francien had schelpen uit de Waal meegenomen en ikzelf een stukje boomschors uit het bos in Nijmegen. Wij schreven een klein briefje bij onze ‘offers’ en hebben die vervolgens in het voorportaaltje van de kerk achtergelaten. Helaas geen ontvangst van de maire van Montaillou. Maar….

toen wij op het pleintje van Montaillou zaten te wachten op de bestelde taxi, die ons naar Ax-les-Thermes zou brengen kwam er een Nederlands echtpaar dat onze ‘offers’ in het kerkje had zien liggen en die het leuk vonden ons daar in levende lijve te zien zitten. Zij maakten een fotootje van ons waar wij alle vier, wij samen en de honden, op stonden.

Na enige tijd doemde inderdaad de taxi op, die ons naar een hotel bracht waar honden geaccepteerd werden. Daar bleven wij twee nachten.

De volgende ochtend, koffie drinkend op een terras in Ax-les-Thermes, bracht de ober ons die koffie, maar ook had hij een krantje in de hand en zei…. jullie staan erin (in het Frans natuurlijk)!
En wat bleek, de journalist die ons in Montsegur had geïnterviewd had een uitgebreid artikel geschreven over onze voettocht! Natuurlijk ben ik meteen een paar exemplaren van het krantje bij de plaatselijke presse gaan kopen.

Vanuit Ax-les-Thermes zijn wij met de trein naar Carcasonne gereisd, waar wij een nachtje in een hotel zijn gebleven om de cité Médievale te kunnen bezoeken.

Daarna nog een stop in Nancy en op negen oktober waren wij weer in ons huis in Nijmegen.


De spreuken van Francien van september en oktober. En einde van de tocht.

De foto’s zijn van Heldine.

MAANDAG 1 SEPTEMBER: (Barre-des-Cevennes. Gîte d’étape)
Rusten vergt rust.

DINSDAG 2 SEPTEMBER: (l’Hospitalet. Gîte d’étape)
Mensen zijn meestal incognito.

WOENSDAG 3 SEPTEMBER: (Aire-de-côte. Gîte d’étape)
Gastvrijheid kan veel luxe overbodig maken.

DONDERDAG 4 SEPTEMBER: (L’Esperou. Hotel)
Vermoeidheid heeft vele gezichten.

VRIJDAG 5 SEPTEMBER: (l’Esperou. Hotel)
Iedere kilometer moet gelopen worden.

ZATERDAG 6 SEPTEMBER: (Le Vigan. Hotel)
Wie op de top wil blijven heeft alleen de hemel nog in het vooruitzicht. (voor Henri)

ZONDAG 7 SEPTEMBER: (Navacelles. Hotel)
Klimmen vraagt kracht, dalen durf.

MAANDAG 8 SEPTEMBER: (La Vacquerie-et-saint-Martin-de-Castres. Gîte d’étape)
Schijnbaar gaat men langzamer denken als men harder gaat lopen.

DINSDAG 9 SEPTEMBER: (Lodeve. Hotel)
Met een rode stoppelbaard ben je nog geen van Gogh.

WOENSDAG 10 SEPTEMBER: (Lodeve. Hotel)
Als ik opsta (en in actie kom) loop ik de kans dat ik de avond niet haal, als ik niet opsta ook.

DONDERDAG 11 SEPTEMBER: (Dio. Gîte d’étape)
Zowel weinig bezit als veel bezit kan rust geven. (daartussenin maakt hebzucht het leven tobberig)

VRIJDAG 12 SEPTEMBER: (Lamalou-les-bains. Hotel)
Er is grote en kleine blijheid. (vreugde; verdriet)

ZATERDAG 13 SEPTEMBER: (Combes. Gîte d’étape)
De ander is een wijkend punt aan de einder.

ZONDAG 14 SEPTEMBER: (Douch. Gîte d’étape)
Ver van huis zie je in veel mensen bekenden.

MAANDAG 15 SEPTEMBER: (midden in het bos maison de forestières des Bourdils)
Wie applaus wil moet zich tentoonstellen.

DINSDAG 16 SEPTEMBER: (Fraisse sur Agout. Hotel)
Verloedering begint met desinteresse.

WOENSDAG 17 SEPTEMBER: (Le Salvetat-sur-Agout. Hotel)
Begin met geestdrift, eindig op karakter.

DONDERDAG 18 SEPTEMBER: (Le Salvetat-sur-Agout. Hotel)
Geef de tijd wat de tijd moet hebben.

VRIJDAG 19 SEPTEMBER:  (Le Salvetat-sur-Agout. Hotel)
Overmacht die je van je doel afhoudt is moeilijk te aanvaarden.

ZATERDAG 20 SEPTEMBER: (Le Salvetat-sur-Agout. Hotel)
In gezelschap wordt het praten gestimuleerd en het denken gedeprimeerd.

ZONDAG 21 SEPTEMBER: (Anglès. Hotel)
Alles kan, totdat bewezen is dat het (nog) niet kan.

MAANDAG 22 SEPTEMBER: (Mazamet. Hotel)
Geen enkele autoriteit heeft invloed op het weer.

DINSDAG 23 SEPTEMBER: (Font Bruno. Gîte d’étape)
Alles is voorlopig.

WOENSDAG 24 SEPTEMBER: (Sanègre. Hotel)
Ieder is de ander tot steun en tot last.

DONDERDAG 25 SEPTEMBER: (Castelnaudary. Hotel)
Veel mensen hebben hun status te danken aan het verkopen van onzin.

VRIJDAG 26 SEPTEMBER: (Castelnaudary. Hotel)
Wanneer je een ander dom vindt, zul je van veel wijsheid geen kennis nemen.

ZATERDAG 27 SEPTEMBER: (Castelnaudary. Hotel)
We beseffen vaak laat, dat het leven een toevallig passerend wonder is.

ZONDAG 28 SEPTEMBER: (Malcintat. Chambres d’hôtes)
Als je elkaar wilt zien zul je naar elkaar moeten kijken.

MAANDAG 29 SEPTEMBER: (Mirepoix. Hotel)
Na de storm wapent men zich voor de volgende.

DINSDAG 30 SEPTEMBER: (Mirepoix. Hotel)
De groep zit niet te wachten op iemand, die het bij het rechte eind heeft, als het niet ook het rechte eind van de groep is.

WOENSDAG 1 OKTOBER: (Camon. Tent op camping sur la ferme gehuurd)
Gezonde ironie begint met zelfspot.

DONDERDAG 2 OKTOBER: (Lavenalet. Hotel)
Partners kunnen soms zwijgen in dezelfde taal en spreken in verschillende talen.

VRIJDAG 3 OKTOBER: (Montsegur. Hotel)
De weg die men regelmatig gaat, wordt eerst korter en daarna langer.

ZATERDAG 4 OKTOBER: (Montsegur. Hotel)
Het perspectief van een doel verandert naarmate het doel dichterbij komt.

ZONDAG 5 OKTOBER: (Ax-les-THermes. Hotel)
Het leven is niet maakbaar, maar je kunt kleine stukjes ontginnen.

MAANDAG 6 OKTOBER: (Ax-les-Thermes. Hotel)
Vereniging strijdt voortdurend met verruiming in het denken en handelen.

DINSDAG 7 OKTOBER: (Carcasonne. Hotel)
Iedere minderheid kent haar eigen minderheid.

WOENSDAG 8 OKTOBER: (Nancy. Hotel)
Het belang van het doel vervaagt meestal, nadat het doel bereikt is.

DONDERDAG 9 OKTOBER: (Nijmegen. Thuis)
Een dialoog loopt moeilijk als men geen tegenspraak duldt.

VRIJDAG 10 OKTOBER: (Nijmegen. Thuis)
Het leven kent geen dualisme, maar oneindig veel nuances.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s